Een monnik van het Samye klooster met een mala in zijn hand


De mala, een boeddhistische gebedsketting, heeft 108 kralen en is een dagelijks ritueel gebruiksvoorwerp van de Tibetaanse boeddhist die hij of zij gebruikt tijdens het reciteren van mantra's. Aan de hand van de kralen wordt "geteld" hoeveel mantra's er zijn opgezegd. Met de malatellers houdt men de telling bij. Een Tibetaanse mala bestaat uit 4 delen van 27 kralen verbonden met tussenkralen. De 109e kraal heet Guru bead (steen van wijsheid) en staat symbool voor de kruinchakra. Dit sluitstuk mag niet worden gebruikt als gebedskraal maar is een keerpunt, beginpunt of eindpunt van de mala. De eerste kraal is dus altijd de kraal links naast de Guru bead en de laatste kraal is de kraal rechts naast de Guru bead.

Vorige pagina